|
WHISKY REISVERSLAGEN
Reisverslag "Rondje Schotland - Onder andere over Whisky" 2007 (door Edwin Rotgans) Reisverslag van een ontdekkingstocht pasen 2004 (door Rob van der Velden) Reisverslag Tobermory (Mull) 2003 (door Léon Elshoff en Aleid van Kooten) Reisverslag Edradour (Perthshire) 2003 (door Léon Elshoff en Aleid van Kooten) Reisverslag Springbank/Cadenhead's 2002 (door Léon Elshoff en Aleid van Kooten) Reisverslag Arran Distillery 2002 (door Léon Elshoff en Aleid van Kooten)
|
|
"Rondje Schotland - Onder andere over whisky" Geschreven
door Edwin Rotgans, medewerker Whiskycafé L&B De
wekker ging veel te vroeg maar snoozen
was vandaag geen optie: vliegtuigen kennen geen academisch kwartiertje.
We arriveerden ruim op tijd en van vakantie drukte op Schiphol was geen
sprake. De
toch al dure reis begon nog iets duurder dan verwacht: het transport van
de twee in kartonen dozen verpakte racefietsen kosten €160 extra. Ze
zijn net iets groter dan een reistas maar wegen de helft. Onze smeekbede
mocht niet baten Het
was zelfs erg rustig op het vliegveld en dat maakt drie uur wachten nog
minder zinvol. We
hadden twaalf dagen om rond te fietsen. Eerst maar naar het noorden. De
eerste stappen op Schotse bodem leiden naar een boekenwinkeltje op het
vliegveld. We kochten een fietskaart en zagen dat ‘Glasgow’
Prestwick iets minder dicht bij Glasgow ligt dan Transavia doet
vermoeden. Maar ja, de zon scheen. We hebben onze fietsen buiten in
elkaar gezet onder het nauw lettende oog van de bewaking en buiten
rokende reizigers. Omkleden
bij de ingang ging ons iets te ver, dus reden we een stuk verder. Langs
een afgelegen stuk weg richting een golfclub waagden we het erop, bleek
verder op een vliegtuig-spotplaats te zijn. Gelukkig lande er een Boeing
en draaide de verrekijkers de andere kant op. De
eerste kilometers volgende we de bordjes richting Glasgow, maar na veel
geslinger besloten we de grotere weg te pakken: minder mooi en veilig,
wel veel sneller. De
Lowlands die van uit het vliegtuig zo vlak leken waren inderdaad niet
hoog maar wel stijl en in combinatie met de slechte wegen was het best
link. Mijn neef Nan-Simon, de getrainde wielrenner voorop met de kaart
in zijn handen, ik zwetend er achter met spijt van alle bitterballen en
laatste biertjes het afgelopen jaar. We passeerde Glasgow aan de
westkant en na een snelle hap bij de Indiër reden we verder langs de
stokerij richting Loch Lomond waar we sliepen in de laatste twee bedden
van de jeugdherberg. We deelden de zaal met twee kanoërs en een stel
dat duidelijk moeite had met afscheid nemen toen zij naar de
vrouwenvleugel vertrok. Voorbij
de herberg ging het fietspad over in een zandpad, het was of met de pond
over of terug. Na de ontbijt bestaande uit porrige
en koffie gingen we met de pond over het in mist gehulde Loch Lomond
en sneden zo 40 mijl af, kosten £12. We fietsen dan wel voor ons lol
maar niet graag om! We
reden verder naar het noorden langs de hoofdweg richting Ford William.
Dit stuk door de Highlands ging makkelijker dan verwacht, wel hoog maar
prima te rijden. De regen hing dreigend in de lucht en ’t bleef
gelukkig bij dreigen! Net toen we dat dachten natuurlijk als nog nat
geregend. We naderden Ford William van uit het zuiden langs 2 mijl
Bed&Breakfast’s. Op weg naar de jeugdherberg zijn we een flink
stuk verkeerd gereden, op zich geen probleem, ware het niet dat het
nagenoeg recht om hoog ging. De herberg bleek vol, dus wij de weg weer
terug langs die B&B’s allen vol en/of te duur, maar we hadden geen
keuze. ’s
Avonds gegeten in de Ben Nevis een bar restaurant met prima eten en
sneller dan MacDonalds. Beneden in de bar maakte een band zo’n lawaai
dat het alleen buiten dragelijk was: het was daar dan ook drukker dan
binnen. Die
nacht heerlijk geslapen in onze veel te chique kamer. Na de ervaring van
gisteren leek het ons handig om een bed te reserveren in Inverness: we
kregen het advies helemaal niet heen te gaan: alles zat vol. We gingen
toch naar het noorden en zouden wel zien. Bij Ford Augustus waren de baked
beans, sausage, spam
and egg’s van het ontbijt
uitgewerkt en aten we friet en burgers. Het regende al de hele dag en
kwamen verzopen bij Urquart Castle aan waar iedereen tussen de heg door
foto’s probeerden te nemen van een ruïne waar ze £6 entree voor
durfen te vragen. Fietsen
in de regen is iets minder erg dan stilstaan dus we gingen verder
richting Beauly vlak bij Glen Ord. Op de grote wegen was het aldoor
glooiend geweest maar nu werd het stijl. In de lichtste versnelling was
het vechten van bocht naar bocht. Nan zijn ketting gaf problemen maar we
konden doorgaan. We passeerden een festivalterrein met honderden tenten
in de modder: fietsen leek zo erg nog niet. Na de warme douche aten we
haggis en hoewel we wisten waar het van gemaakt wordt smaakte het prima.
Na
een dag fietsen in de regen was het ons duidelijk geworden waarom de
nationale drank van schotland geen Ice tea is maar whisky, en besloten
we te gaan kijken hoe de favoriete Malt van de schotten gemaakt wordt. Na
het ontbijt hebben we Nan zijn ketting behandeld met smeermiddel, en
trokken we onze door de waard gedroogde kleding aan om vervolgens direct
weer nat te regen. 30 mijl en de eerste krampaanval later, kwamen we aan
in Tain waar de restanten van het dorpsfeest nog zichtbaar waren.
Glenmorangie ligt net buiten het dorpje aan de hoofdweg en is niet te
missen, hetgeen resulteert in een wachtrij voor de rondleiding. Wij
keken even rond in de winkel en op de rest van het terrein, waar we
zagen hoe de grist, niet erg romantisch, per vrachtwagen wordt
aangevoerd. We dronken de portfinish op een muurtje in de zon uitkijkend
over de warehouses en richting
het water. Lekker… Zo
lekker dat we bijna de rondleiding misten. Het introductie praatje werd
gehouden door een weinig autoritaire leeftijdsgenote die amper boven het
lawaai van de machines uitkwam. Dit was duidelijk haar vakantie baantje.
De grote lijn was gelukkig toch al bekend; wind mee wisselen Nan en ik
kennis uit over whisky en wielrennen, woodfinishes
en bloeddoping. Maar de schaal waarom het hele proces gebeurd is
indrukwekkend en er doen zich veel praktisch problemen waar ik nooit bij
stil had gestaan. Na
een dram in het proeflokaal
weer verder richt Carbisdale Castle de verblijfplaats van het Noorse
koningshuis gedurende WOII. We reden nog langs Balblair maar daar was
weinig te beleven. Het kasteel lag prachtig maar afgelegen zodat we de
avond hebben doorgebracht met bijna complete bordspelen. 13
Augustus, mijn verjaardag! In plaats van taart een rit ruim 100 mijl…
Het eerste deel naar Inverness was niet fijn: harde zuidwesterwind tegen
en veel regen. Als cadeautje mocht ik bij Nan uit de wind rijden maar
door dwarrelwind in de heuvels viel zelfs dat niet mee. De afdaling naar
Inverness over de A9 was link; stijl met langs scherende vrachtwagens.
We wilden in Inverness iets eten maar voor we iets gevonden hadden waren
we er al weer uit. De zon begon te schijnen en we reden voor de wind
naar Craigellachie. Onderweg zagen overal bordjes van stokerijen, en we
passeerden Macallen. De Highland Inn herberg zat vol die nacht, en een
rondje dorp leerde dat de B&B’s weer vol of duur waren. Het
Highland Inn hotel (700 whiskies of zo) was mooi maar een beetje duur:
£140 pppn met ontbijt, dat dan weer wel. We
zijn naar een B&B gegaan en hebben gegeten bij de herberg, tevens Whisky
Bar of the World. Wachtend op een tafel dronken we het plaatselijke ale.
Het was mijn verjaardag dus ik bestelde een Brora, helaas was die
uitverkocht. Als alternatief een 37 jaar oude Glen Grant hun eigen
botteling voor de zelfde prijs. Vervolgens eten besteld: soep en zalm
met Caol Ila en ale voor de
dorst. Zowel de Cao Ila als de ale
waren op, dan maar iets anders. Het eten kwam pas toen de mensen naast
ons weg gingen terwijl wij al langer zaten. Het smaakte gelukkig prima! Zwaar
voldaan en licht aangeschoten opzoek naar Jonathan in de whisky bar aan
de Fiddich net buiten het dorp. De bar was leeg, geen muziek maar TL-licht
in overvloed. Even later kwam de landlord voorzichtig aangelopen. We
vertelden dat we bekenden zijn van Léon en Aleid, van de whiskybar in
Amsterdam. Er verscheen een glimlach op zijn gezicht. Wat ik wilden
drinken? ‘Iets lokaals’, dom, lokaler dan Craigelachie wordt het
niet, maar had eigenlijk zin in een vollere afsluiter. Jonathan schonk
ondanks zijn 86 jaar zonder ook maar een druppel te morsen, met de
flessen op de hoge plank had hij meer moeite. Sinds zijn vrouw ziek is
staat hij er alleen voor in de goed lopende kroeg met overdag vissers en
touristen, ’s avonds de plaatselijke bevolking. Hij kent het whisky
proces door en door, heeft vroeger nog met de hand vaten gemaakt voor
Macallen, maar hij drinkt geen drup. Het
geld voor de drankjes wilde hij niet aannemen dus dat verdween in de
collectebussen op de bar. Een beetje ontdaan door de droevige situatie
maar dankzij de whisky en vele kilometers vielen we toch als een blok in
slaap te vallen. Terwijl
de zalm van de vorige avond nog niet verteerd was kwam er een nieuwe
lading naast de scrabbled eggs de ontbijtzaal binnen. Een goede bodem
voor de tour bij Glenfiddich. We moesten ons haasten want de tour zou om
11 uur beginnen. Na een indoctrinerende film van 10 minuten zit
Glenfiddich goed in je hersenstam geprent. De tour was grotendeels
identiek aan die bij Glenmorangie, en op enigszins kritische vragen
hadden ze geen antwoord. Na de tour de 12yo en weer verder fietsen.
Whisky voor de middag begon al te wennen. Die
avond overnachten we bij bekenden van Nan-Simon, de familie Poortman die
in Maud samen een kaasboerderij runnen. We werden hartelijk ontvangen,
eindelijk weer huiselijkheid en op de bank tv kijken met een biertje
blokjes kaas en nog een.. Dat ga je missen na een week. De volgende dag
naar de kunst gereden met de dochter en de jongste van de drie zoons.
Het was hier prachtig, maar natuurlijk lag de camera nog thuis… Aan
het einde van de middag zijn we vertrokken naar Aberdeen. We sliepen in
een studentenflat en hebben voor ons zelf haggis pasta met black pudding gemaakt. Om de laatst overgebleven lezer niet weg te
jagen zal ik het recept niet vermelden… Na
een rondje door de stad aan de chassers;
whisky en bier. Om 11 uur sloot de bar en ontstond er een flink gevecht
op de stoep voor de bar. Net Amsterdam maar dat dan 5 uur vroeger. De
volgende dag weer even de tanden op elkaar voor de 100 mijl lange tocht
naar Pitlochry. Het waaide hard uit het westen en net daar moesten we
heen, langs de river Dee de Grampian mountains in. Na een warme lunch in
Braemar verder naar het zuidwesten. De weg langs de rivier was glooiend
geweest, dit was niet voor niets een wintersport gebied! Sommige stukken
waren echt niet fijn; berg op vloeken, berg af bidden. Het
laatste stuk weer naar het westen, langs Edradour waar ze de volgende
ochtend op ons wachten voor een rondleiding. Vanaf de stokerij één
grote afdaling het dal in naar de jeugdherberg. Daar heb ik eerst een
uur op bed gelegen voordat de ik mezelf tot douches kon aansporen. Weer
zalm whisky en bier dit keer in een Karaoke-bar waar alle plaatselijke
talenten en mindere talenten ons een onvergetelijke avond bezorgden! Het
absolute hoogte punt was een 76 jaar oude man die als eerste begon te
dansen en goed ook! Al snel was de kleine dansvloer vol. Wij waren
duidelijk toeschouwers. Overdag op de fiets was iedereen vriendelijk en
beleefd, ’s avonds was vooral de jeugd gereserveerd. Niet vreemd
natuurlijk als je bedenkt dat we, in een afritsbroek, op slippers stijf
lopend en moe van het vele fietsen, niet doorkonden voor locals.
In de
jeugdherberg sliepen we op de kamer met twee oude schotten die Keltisch
spreken en bij de
reddingsbrigade in de Highlands hadden gewerkt. Ze vertelden verhalen
over de onderschatte risico’s van de Schotse bergen: er overleden meer
mensen op de Ben Nevis dan op de Mount Everst. Ontbijt
was er niet dus dan maar een paar müslirepen. Dankzij de coffee-to-go van een plaatselijke slijter was mijn hoofdpijn net
over voordat we bij de kleinste stokerij van Schotland arriveerden. Onze
amicale gids heette Jonathan, een gezellige Bourgondiër met een hart
voor whisky. ‘Aye’ hij kende Amsterdam en ‘AYE’
hij kende L&B, ‘just
amazing’! Het
begon met een videootje over de stokerij onder het genot van een ‘ontbijtwhisky’.
De film was duidelijk ouder dan de whisky en als het saai was moesten we
nog maar een borrel pakken. De rondleiding was zeker geen reclame
praatje en er was ruimte voor vragen. Van hem hebben we heel wat geleerd
en hij heeft ons veel laten zien. Leuke stokerij maar klein, je bent er
zo doorheen. De
volgende stop was Stirling, 60 mijl naar het zuiden. Nan’s prachtige
route leverde echter nog wat bonus mijlen op. Onderweg pastries
gegeten op de stoep voor een broodjes zaak. Op de vraag aan een passante,
wat er in zat, antwoordde ze dat we dat echt niet wilde weten. Vast niet
erger dan haggis en calorieën zijn Calorieën, wij zijn niet zo
kritisch wat dat betreft. Stirling
is prachtig, het oude centrum ligt op een heuvel met op de top het
kasteel. Na een ijsje op stadsmuur, reden we over de kasseien naar ons
hostel, een prachtig Victoriaans gebouw naast de voormalige gevangenis. Wederom
geen ontbijt maar Nan was zo vriendelijk om in de regen opzoek te gaan
naar brood, ham en jus. Het kasteel is één van de enkele overgebleven
Schotse kastelen waar het dak brand en belastingdienst heeft overleefd (geen
dak, geen heffingen), dus het was een prima uitje voor deze regenachtige
ochtend. Na de middag regende het nog steeds en voor het eerst deze reis
hadden we het wel gehad met het kloteweer. Geheel tegen ons principe in
zijn we die dertig mijl met de trein naar Glasgow gegaan. Edinburgh leek
ons leuker maar dat zat vol vanwege het jaarlijkse festival. Volgende
keer beter. Bij
het vvv een studentenflat gevonden net buiten het centrum. Het regende
nog steeds toen we terug liepen naar de binnenstad om wat te eten en te
drinken. We aten curry, populairder dan fish
and chips, en sloten de avond af in the Potstill Bar. Een menukaart
was er niet en we moesten ons legitimeren. Dat konden we niet, maar met
behulp van een stamgast kregen we toch een pint en toen we leuke
whiskies bestelden deden ze niet meer moeilijk. De
portemonnee leeg, het was mooi geweest. Als tegengif wilden we wel iets
eten, gelukkig accepteren ze bij de Mac creditcards. Om de
familie gerust te stellen wilden we toch nog wat cultureels ondernemen.
De kerken waren niet erg indrukwekkend en na wat rond rijden kwamen we
langs het nationale Doedelzakcentrum. Wist u dat er door de oude
Egyptenaren op een primitieve doedelzak gespeeld werd! ’s
Middags reden we naar Prestwick waar gelukkig de kartonnen dozen nog
lagen, die we ook voor de terugreis weer nodig hadden. De volgende dag
een ontbijt waar we de hele dag op hadden kunnen fietsen, maar we gingen
heerlijk lui in het vliegtuig zitten bij komen van twaalf dagen fietsen
en elke nacht in een ander leeg bed. Op naar onze vriendinnen! |
Verslag van een ontdekkingstocht (geschreven door Rob van der Velden)We
hadden nog nooit echt whisky gedronken. Dus moest het er dus maar een
keer van komen. Leon Elshoff had ons een keer uitgenodigd om in de
L&B whisky te komen proeven. Er was namelijk nog een heleboel te
ontdekken, zei hij.
Later
die dag zijn we nog in Fort William geweest, bij de hoogste berg van
Schotland: Ben Nevis. ’s Avonds hebben we overnacht in de Grampian
Mountains om vervolgens de volgende dag weer naar Edinburgh te gaan.
Je
zou gerust kunnen zeggen dat we echte whiskyliefhebbers zijn geworden.
We hebben nooit geweten dat er zoveel verschillende whisky’s zijn met
evenveel verschillende smaken. En Schotland is natuurlijk de beste plek
om in aanraking te komen met whisky. De eerstvolgende keer dat wij weer
in de L&B waren, hebben we dus een goeie whisky gedronken en
geproost op de mooie reis. Een aanrader voor iedereen! Programma
(Pasen 2004) Vrijdag: Zaterdag: Zondag: Maandag: Dinsdag: |
|
Reisverslag Tobermory (Mull) september 2003
Doordat de ferry van Oban naar Craignure op Mull iets vertraging had konden wij de verlate ferry van 16.00 uur nog boeken i.p.v. de 18.00 uur ferry. Door dit voordeel was er voldoende daglicht om onze bestemming op Mull in Dervaig te bereiken. Deze tocht van ongeveer 30 miles duurde langer dan verwacht door de versmalde wegen, die ons halverwege verraste. Uiteindelijk bereikten wij onze bestemming en konden nog volop genieten van een september zomeravond en een koud pilsje in de lokale hotelbar, de enige overigens in de wijde omtrek. Onze
afspraak in de distilleerderij van Tobermory vond plaats op zo’n
typische Schotse regenachtige dag. Overigens onze enige regendag
gedurende twee weken! In eerste instantie hebben we een uitgebreide interessante videoband bekeken van de stokerij en zijn omgeving, waarna de rondleiding begon. Tobermory is in 1795 ! gebouwd door John Sinclair, een lokale handelaar. Pas enkele jaren hiervoor was de plaats Tobermory neergezet door een initiatief van de ‘British Society for Promoting the Fisheries’. Daarvoor was er dus helemaal niets op Mull. Begin
jaren negentig van de twintigste eeuw is Tobermory Distillery
overgenomen door Burn Stewart, een onafhankelijk bottelaar, die de
laatste jaren enige stokerijen nieuw leven heeft ingeblazen. Tobermory
maakt zelf geen malt meer, maar koopt de grist in, naar eigen recept,
van een moutmakerij. Ondanks het feit dat de Tobermory single malt geen
turfmout bevat, smaakt deze malt wel rokerig, veroorzaakt door het water
dat vanuit een nabijgelegen loch over turfgronden naar de stokerij loopt. Het
mashproces had al plaatsgevonden tijdens ons bezoek, zodat wij getuige
waren van het vervolg; het washproces. De vier washbacks waren al enige
tijd in beweging, zodat de
sterkste koolzuurgasdampen al waren verdwenen, waardoor de wash heel
zoetig rook. Opvallend bij de washbacks was het ontbreken van roerarmen,
om overkoken te voorkomen, waarop ik aan Alan vroeg hoe zij dat probleem
oplosten. Zijn
antwoord was simpel: ‘the old fashioned way, using non-perfumed
soap’.
Restte
ons nog een tasting van de diverse malts, die hier in Tobermory gemaakt
worden. Behalve Tobermory 10 jaar oud wordt hier ook de Ledaig malt
geproduceerd. Meestal ouder dan de Tobermory en een ander groot verschil
is dat deze malt wel een met turf gerookte mout bevat. Ledaig wordt ook vaak genoemd als de naam van de
stokerij. Tot onze verrassing kwam er nog een derde malt op de bar;
namelijk Iona malt, een vermenging van Tobermory en Ledaig. Dit is dus
geen single malt, maar een vatted malt en je proeft een duidelijke mix
tussen de twee singles. Iona malt is vernoemd naar het nabij gelegen
eilandje Iona, dat beroemd is vanwege zijn abbey en
Na
ons afscheid van
Alan hebben wij nog
gewandeld naar The
Lighthouse en door
het pittoreske
Tobermory geslenterd.
Na een ‘fish and chips’
waren we reisklaar voor onze volgende bestemming; Central
Scotland.
|
|
Reisverslag Edradour september 2003 Na ons bezoek aan het eiland Mull, vervolgden wij onze whiskyreis naar centraal Schotland (Perthshire).
Ons bezoek aan de kleinste stokerij van Schotland vond plaats op een prachtige zomerse september ochtend, na eerst koffie te hebben gedronken in het nabij gelegen dorp Moulin. Bij Edradour werden we ontvangen door Ian Hendersen, de distillery mangager. Ian is al zo’n veertig jaar actief in de whisky branche en was voor zijn pensionering….. verantwoordelijk voor de resultaten van de Laphroaig whiskies. Omdat hij niet wilde stoppen met werken, kreeg hij deze baan bij Edradour aangeboden door Andrew Symington, de nieuwe eigenaar van Edradour die in whiskykringen zeer bekend is door zijn onafhankelijke bottelingen van het Signatory label. Dat Edradour de kleinste stokerij is van Schotland kun je zien door de afmetingen van de stokerij, maar ook door de apparatuur die men hier gebruikt voor het distilleren van de single malt whisky.
Er
zijn twee opvallende aspecten in de stokerij die afwijkend zijn van de
meeste andere distilleerderijen nl. de koeling van de mash uit de
mashtun en de condensatie van zowel de wash als de spirit, stromend uit
de stills. Over
aspect 1. De toegeleverde grist wordt in de mashtun gekookt, vervolgens
wordt de hete mash door een pijpensysteem dat in een gekoelde bak water
ligt, geleid. De mash loopt vervolgens naar de washtuns. Deze open bak
is iets wat je zelden ziet in stokerijen. Uiteraard smaakt deze mash
behoorlijk zoet. Nadat de mash in de washstill wordt verwarmd en
gefermenteerd, zorgt het bijzondere koelingsysteem voo Momenteel creëert Edradour een nieuwe malt whisky namelijk de Ballechin. Deze whisky, afkomstig uit een ver verleden van een nabij gelegen gesloten stokerij, wordt volgens oud receptuur nieuw leven ingeblazen. Wij vermoeden dat deze nieuwe single malt binnen niet al te lange tijd op de markt kan worden gezet (we houden u op de hoogte). In tegenstelling tot de meeste andere distilleerderijen gebruikt Edradour slechts 4% van de single malt voor haar enige blending namelijk de ‘House of lords’ (de meeste stokerijen maken malt die voor 95% gebruikt wordt voor blending), exclusief gebotteld voor leden van het parlement in Londen. Tot slot hebben wij genoten van de whisky-uitstalling op het kantoor met uitzicht op de stokerij. Opvallend was overigens de Edradour liqueur, die niets met malt whisky te maken heeft, maar wat in mijn beleving een onovertroffen geweldige likeur is. Binnenkort ook in whiskycafé L&B verkrijgbaar. De
gehele rondleiding heeft zo’n 2,5 uur geduurd, wat zeer opvallend is
voor zo’n kleine stokerij. Dit alles heeft te maken met de zeer
enthousiaste distillery manager, die werkt voor zijn hobby en een
fantastisch gevoel heeft voor whisky maken. Ik ben heel blij dat
dergelijke mensen nog steeds met een inzet van 100% of meer met het
whiskyvak bezig zijn.
Volgende
reis: Is nog niet
helemaal bekend, maar we denken aan de noord west kant en Orkneys. We
houden jullie op de hoogte. |
|
Reisverslag Springbank/Cadenhead's 2002
Toen
we binnenliepen, via de bins en de kiln, naar de moutvloeren kregen we
meteen een warm gevoel. Dit is pas een leuke distilleerderij. Het gebouw
en de inrichting dateren nog uit de 19e eeuw. De indruk is
grondstoffelijk. Een bedrijf dat in gebruik is alleen ten behoeve van
het maken van whisky. Er is een geen visitors centre. Ze houden zich
alleen bezig met whisky. Voor de liefhebber is dit geweldig om te zien.
De maltvloeren op de tweede en eerste verdieping waren m Hierna kwamen we bij de kiln. Zelfs deze hebben we van binnen gezien. Heerlijk om de peat en de barley te ruiken. De mashtun is een grote rode ton waar je met een trapje op moet klimmen om de inhoud te kunnen zien. Er wordt, zoals de meeste distilleerderijen doen, 3 keer gemasht. Een keer met water op een temperatuur van 60 ºC , een keer met water op een temperatuur van 85 ºC en nog een keer met water op een temperatuur van 95 ºC. De vloeistof wordt opgevangen in de underback. In de ruimte achter de Still House staan de fermenting backs. De ene was bijna klaar met fermentatie, de andere was nog heftig bezig. Dit
wordt al sinds de oprichting van de distillery gedaan. Frank verzekerde
ons dat zij dit ook blijven doen. Je weet maar nooit waardoor een
Springbank een Springbank wordt. Overigens wordt het gehele proces van
whisky maken nog uitgevoerd zoals men dat in vroeger tijden deed. Zelfs
is Springbank er weer toe over gegaan om de gerst uit de nabije omgeving
te halen. |
|
Reisverslag
Arran Distillery 2002
Het
hoogtepunt waren wel de vaten van Prince Harry en Prince Wiliam. Zij
hebben beiden een vat kado gekregen van de Na de bezichtiging van warehouse kregen we nog een toeristische rondleiding. We starten met een video in een erg knus opgezette ruimte met open haard en kaarslicht, niet van echt te onderscheiden. Het mashen, washen en distilleren gebeurt in één ruimte. De grist wordt op specificatie van de distilleerderij vervaardigd in een mouterij in het Noord – Oosten van Schotland. Ook deze ruimte zag er weer keurig en schoon uit mede doordat de produktie reeds beëindigd was. In tegenstelling tot de meeste andere distilleerderijen in Schotland produceert de Arran distillery in de zomer in plaats van in de winter omdat ze de toeristen het distilleerproces willen laten zien. ’s Winters zijn er bijna geen toeristen dus….. Arran is overigens de een na kleinste distilleerderij van Schotland. Al met al was het erg leuk om de Arran Distillery te bezoeken.
Momenteel is de 6 jaar oude malt van Arran op de markt. De eerste malt van Arran die uitkwam was 4 jaar oud. Na de zomer komt de 8 jaar oude Arran uit. De Arran Distillery produceert tevens een blend whisky nl. de Lochranza. In whiskycafé L&B is verkrijgbaar de 8 jaar oude Arran en de Lochranza.
|