WHISKY REISVERSLAGEN                          

Klik hier voor Schotlandmap

Reisverslag "Rondje Schotland - Onder andere over Whisky" 2007 (door Edwin Rotgans)

Reisverslag van een ontdekkingstocht pasen 2004 (door Rob van der Velden)

Reisverslag Tobermory (Mull) 2003  (door Léon Elshoff en Aleid van Kooten)

Reisverslag Edradour (Perthshire) 2003  (door Léon Elshoff en Aleid van Kooten)

Reisverslag Springbank/Cadenhead's 2002 (door Léon Elshoff en Aleid van Kooten)

Reisverslag Arran Distillery 2002 (door Léon Elshoff en Aleid van Kooten)

 

"Rondje Schotland - Onder andere over whisky"

Geschreven door Edwin Rotgans, medewerker Whiskycafé L&B 

De wekker ging veel te vroeg maar snoozen was vandaag geen optie: vliegtuigen kennen geen academisch kwartiertje. We arriveerden ruim op tijd en van vakantie drukte op Schiphol was geen sprake.

De toch al dure reis begon nog iets duurder dan verwacht: het transport van de twee in kartonen dozen verpakte racefietsen kosten €160 extra. Ze zijn net iets groter dan een reistas maar wegen de helft. Onze smeekbede mocht niet baten

Het was zelfs erg rustig op het vliegveld en dat maakt drie uur wachten nog minder zinvol.

We hadden twaalf dagen om rond te fietsen. Eerst maar naar het noorden.

De eerste stappen op Schotse bodem leiden naar een boekenwinkeltje op het vliegveld. We kochten een fietskaart en zagen dat ‘Glasgow’ Prestwick iets minder dicht bij Glasgow ligt dan Transavia doet vermoeden. Maar ja, de zon scheen. We hebben onze fietsen buiten in elkaar gezet onder het nauw lettende oog van de bewaking en buiten rokende reizigers.

Omkleden bij de ingang ging ons iets te ver, dus reden we een stuk verder. Langs een afgelegen stuk weg richting een golfclub waagden we het erop, bleek verder op een vliegtuig-spotplaats te zijn. Gelukkig lande er een Boeing en draaide de verrekijkers de andere kant op.

De eerste kilometers volgende we de bordjes richting Glasgow, maar na veel geslinger besloten we de grotere weg te pakken: minder mooi en veilig, wel veel sneller.

De Lowlands die van uit het vliegtuig zo vlak leken waren inderdaad niet hoog maar wel stijl en in combinatie met de slechte wegen was het best link. Mijn neef Nan-Simon, de getrainde wielrenner voorop met de kaart in zijn handen, ik zwetend er achter met spijt van alle bitterballen en laatste biertjes het afgelopen jaar. We passeerde Glasgow aan de westkant en na een snelle hap bij de Indiër reden we verder langs de stokerij richting Loch Lomond waar we sliepen in de laatste twee bedden van de jeugdherberg. We deelden de zaal met twee kanoërs en een stel dat duidelijk moeite had met afscheid nemen toen zij naar de vrouwenvleugel vertrok.   

Voorbij de herberg ging het fietspad over in een zandpad, het was of met de pond over of terug. Na de ontbijt bestaande uit porrige en koffie gingen we met de pond over het in mist gehulde Loch Lomond en sneden zo 40 mijl af, kosten £12. We fietsen dan wel voor ons lol maar niet graag om!  

We reden verder naar het noorden langs de hoofdweg richting Ford William. Dit stuk door de Highlands ging makkelijker dan verwacht, wel hoog maar prima te rijden. De regen hing dreigend in de lucht en ’t bleef gelukkig bij dreigen! Net toen we dat dachten natuurlijk als nog nat geregend. We naderden Ford William van uit het zuiden langs 2 mijl Bed&Breakfast’s. Op weg naar de jeugdherberg zijn we een flink stuk verkeerd gereden, op zich geen probleem, ware het niet dat het nagenoeg recht om hoog ging. De herberg bleek vol, dus wij de weg weer terug langs die B&B’s allen vol en/of te duur, maar we hadden geen keuze.

’s Avonds gegeten in de Ben Nevis een bar restaurant met prima eten en sneller dan MacDonalds. Beneden in de bar maakte een band zo’n lawaai dat het alleen buiten dragelijk was: het was daar dan ook drukker dan binnen.

Die nacht heerlijk geslapen in onze veel te chique kamer. Na de ervaring van gisteren leek het ons handig om een bed te reserveren in Inverness: we kregen het advies helemaal niet heen te gaan: alles zat vol. We gingen toch naar het noorden en zouden wel zien. Bij Ford Augustus waren de baked beans, sausage, spam and egg’s van het ontbijt uitgewerkt en aten we friet en burgers. Het regende al de hele dag en kwamen verzopen bij Urquart Castle aan waar iedereen tussen de heg door foto’s probeerden te nemen van een ruïne waar ze £6 entree voor durfen te vragen.

Fietsen in de regen is iets minder erg dan stilstaan dus we gingen verder richting Beauly vlak bij Glen Ord. Op de grote wegen was het aldoor glooiend geweest maar nu werd het stijl. In de lichtste versnelling was het vechten van bocht naar bocht. Nan zijn ketting gaf problemen maar we konden doorgaan. We passeerden een festivalterrein met honderden tenten in de modder: fietsen leek zo erg nog niet. Na de warme douche aten we haggis en hoewel we wisten waar het van gemaakt wordt smaakte het prima.

Na een dag fietsen in de regen was het ons duidelijk geworden waarom de nationale drank van schotland geen Ice tea is maar whisky, en besloten we te gaan kijken hoe de favoriete Malt van de schotten gemaakt wordt.

Na het ontbijt hebben we Nan zijn ketting behandeld met smeermiddel, en trokken we onze door de waard gedroogde kleding aan om vervolgens direct weer nat te regen. 30 mijl en de eerste krampaanval later, kwamen we aan in Tain waar de restanten van het dorpsfeest nog zichtbaar waren. Glenmorangie ligt net buiten het dorpje aan de hoofdweg en is niet te missen, hetgeen resulteert in een wachtrij voor de rondleiding. Wij keken even rond in de winkel en op de rest van het terrein, waar we zagen hoe de grist, niet erg romantisch, per vrachtwagen wordt aangevoerd. We dronken de portfinish op een muurtje in de zon uitkijkend over de warehouses en richting het water. Lekker…

Zo lekker dat we bijna de rondleiding misten. Het introductie praatje werd gehouden door een weinig autoritaire leeftijdsgenote die amper boven het lawaai van de machines uitkwam. Dit was duidelijk haar vakantie baantje. De grote lijn was gelukkig toch al bekend; wind mee wisselen Nan en ik kennis uit over whisky en wielrennen, woodfinishes en bloeddoping. Maar de schaal waarom het hele proces gebeurd is indrukwekkend en er doen zich veel praktisch problemen waar ik nooit bij stil had gestaan.

Na een dram in het proeflokaal weer verder richt Carbisdale Castle de verblijfplaats van het Noorse koningshuis gedurende WOII. We reden nog langs Balblair maar daar was weinig te beleven. Het kasteel lag prachtig maar afgelegen zodat we de avond hebben doorgebracht met bijna complete bordspelen.  

13 Augustus, mijn verjaardag! In plaats van taart een rit ruim 100 mijl… Het eerste deel naar Inverness was niet fijn: harde zuidwesterwind tegen en veel regen. Als cadeautje mocht ik bij Nan uit de wind rijden maar door dwarrelwind in de heuvels viel zelfs dat niet mee. De afdaling naar Inverness over de A9 was link; stijl met langs scherende vrachtwagens. We wilden in Inverness iets eten maar voor we iets gevonden hadden waren we er al weer uit. De zon begon te schijnen en we reden voor de wind naar Craigellachie. Onderweg zagen overal bordjes van stokerijen, en we passeerden Macallen. De Highland Inn herberg zat vol die nacht, en een rondje dorp leerde dat de B&B’s weer vol of duur waren. Het Highland Inn hotel (700 whiskies of zo) was mooi maar een beetje duur: £140 pppn met ontbijt, dat dan weer wel.

We zijn naar een B&B gegaan en hebben gegeten bij de herberg, tevens Whisky Bar of the World. Wachtend op een tafel dronken we het plaatselijke ale. Het was mijn verjaardag dus ik bestelde een Brora, helaas was die uitverkocht. Als alternatief een 37 jaar oude Glen Grant hun eigen botteling voor de zelfde prijs. Vervolgens eten besteld: soep en zalm met Caol Ila en ale voor de dorst. Zowel de Cao Ila als de ale waren op, dan maar iets anders. Het eten kwam pas toen de mensen naast ons weg gingen terwijl wij al langer zaten. Het smaakte gelukkig prima!

Zwaar voldaan en licht aangeschoten opzoek naar Jonathan in de whisky bar aan de Fiddich net buiten het dorp. De bar was leeg, geen muziek maar TL-licht in overvloed. Even later kwam de landlord voorzichtig aangelopen. We vertelden dat we bekenden zijn van Léon en Aleid, van de whiskybar in Amsterdam. Er verscheen een glimlach op zijn gezicht. Wat ik wilden drinken? ‘Iets lokaals’, dom, lokaler dan Craigelachie wordt het niet, maar had eigenlijk zin in een vollere afsluiter. Jonathan schonk ondanks zijn 86 jaar zonder ook maar een druppel te morsen, met de flessen op de hoge plank had hij meer moeite. Sinds zijn vrouw ziek is staat hij er alleen voor in de goed lopende kroeg met overdag vissers en touristen, ’s avonds de plaatselijke bevolking. Hij kent het whisky proces door en door, heeft vroeger nog met de hand vaten gemaakt voor Macallen, maar hij drinkt geen drup.

Het geld voor de drankjes wilde hij niet aannemen dus dat verdween in de collectebussen op de bar. Een beetje ontdaan door de droevige situatie maar dankzij de whisky en vele kilometers vielen we toch als een blok in slaap te vallen.

Terwijl de zalm van de vorige avond nog niet verteerd was kwam er een nieuwe lading naast de scrabbled eggs de ontbijtzaal binnen. Een goede bodem voor de tour bij Glenfiddich. We moesten ons haasten want de tour zou om 11 uur beginnen. Na een indoctrinerende film van 10 minuten zit Glenfiddich goed in je hersenstam geprent. De tour was grotendeels identiek aan die bij Glenmorangie, en op enigszins kritische vragen hadden ze geen antwoord. Na de tour de 12yo en weer verder fietsen. Whisky voor de middag begon al te wennen.

Die avond overnachten we bij bekenden van Nan-Simon, de familie Poortman die in Maud samen een kaasboerderij runnen. We werden hartelijk ontvangen, eindelijk weer huiselijkheid en op de bank tv kijken met een biertje blokjes kaas en nog een.. Dat ga je missen na een week. De volgende dag naar de kunst gereden met de dochter en de jongste van de drie zoons. Het was hier prachtig, maar natuurlijk lag de camera nog thuis…

Aan het einde van de middag zijn we vertrokken naar Aberdeen. We sliepen in een studentenflat en hebben voor ons zelf haggis pasta met black pudding gemaakt. Om de laatst overgebleven lezer niet weg te jagen zal ik het recept niet vermelden…

Na een rondje door de stad aan de chassers; whisky en bier. Om 11 uur sloot de bar en ontstond er een flink gevecht op de stoep voor de bar. Net Amsterdam maar dat dan 5 uur vroeger.

De volgende dag weer even de tanden op elkaar voor de 100 mijl lange tocht naar Pitlochry. Het waaide hard uit het westen en net daar moesten we heen, langs de river Dee de Grampian mountains in. Na een warme lunch in Braemar verder naar het zuidwesten. De weg langs de rivier was glooiend geweest, dit was niet voor niets een wintersport gebied! Sommige stukken waren echt niet fijn; berg op vloeken, berg af bidden.

Het laatste stuk weer naar het westen, langs Edradour waar ze de volgende ochtend op ons wachten voor een rondleiding. Vanaf de stokerij één grote afdaling het dal in naar de jeugdherberg. Daar heb ik eerst een uur op bed gelegen voordat de ik mezelf tot douches kon aansporen.

Weer zalm whisky en bier dit keer in een Karaoke-bar waar alle plaatselijke talenten en mindere talenten ons een onvergetelijke avond bezorgden! Het absolute hoogte punt was een 76 jaar oude man die als eerste begon te dansen en goed ook! Al snel was de kleine dansvloer vol. Wij waren duidelijk toeschouwers. Overdag op de fiets was iedereen vriendelijk en beleefd, ’s avonds was vooral de jeugd gereserveerd. Niet vreemd natuurlijk als je bedenkt dat we, in een afritsbroek, op slippers stijf lopend en moe van het vele fietsen, niet doorkonden voor locals.

In de jeugdherberg sliepen we op de kamer met twee oude schotten die Keltisch spreken en  bij de reddingsbrigade in de Highlands hadden gewerkt. Ze vertelden verhalen over de onderschatte risico’s van de Schotse bergen: er overleden meer mensen op de Ben Nevis dan op de Mount Everst.

Ontbijt was er niet dus dan maar een paar müslirepen. Dankzij de coffee-to-go van een plaatselijke slijter was mijn hoofdpijn net over voordat we bij de kleinste stokerij van Schotland arriveerden. Onze amicale gids heette Jonathan, een gezellige Bourgondiër met een hart voor whisky. ‘Aye’  hij kende Amsterdam en ‘AYE’ hij kende L&B, ‘just amazing’!  

Het begon met een videootje over de stokerij onder het genot van een ‘ontbijtwhisky’. De film was duidelijk ouder dan de whisky en als het saai was moesten we nog maar een borrel pakken. De rondleiding was zeker geen reclame praatje en er was ruimte voor vragen. Van hem hebben we heel wat geleerd en hij heeft ons veel laten zien. Leuke stokerij maar klein, je bent er zo doorheen.

De volgende stop was Stirling, 60 mijl naar het zuiden. Nan’s prachtige route leverde echter nog wat bonus mijlen op. Onderweg pastries gegeten op de stoep voor een broodjes zaak. Op de vraag aan een passante, wat er in zat, antwoordde ze dat we dat echt niet wilde weten. Vast niet erger dan haggis en calorieën zijn Calorieën, wij zijn niet zo kritisch wat dat betreft.

Stirling is prachtig, het oude centrum ligt op een heuvel met op de top het kasteel. Na een ijsje op stadsmuur, reden we over de kasseien naar ons hostel, een prachtig Victoriaans gebouw naast de voormalige gevangenis.

Wederom geen ontbijt maar Nan was zo vriendelijk om in de regen opzoek te gaan naar brood, ham en jus. Het kasteel is één van de enkele overgebleven Schotse kastelen waar het dak brand en belastingdienst heeft overleefd (geen dak, geen heffingen), dus het was een prima uitje voor deze regenachtige ochtend. Na de middag regende het nog steeds en voor het eerst deze reis hadden we het wel gehad met het kloteweer. Geheel tegen ons principe in zijn we die dertig mijl met de trein naar Glasgow gegaan. Edinburgh leek ons leuker maar dat zat vol vanwege het jaarlijkse festival. Volgende keer beter.

Bij het vvv een studentenflat gevonden net buiten het centrum. Het regende nog steeds toen we terug liepen naar de binnenstad om wat te eten en te drinken. We aten curry, populairder dan fish and chips, en sloten de avond af in the Potstill Bar. Een menukaart was er niet en we moesten ons legitimeren. Dat konden we niet, maar met behulp van een stamgast kregen we toch een pint en toen we leuke whiskies bestelden deden ze niet meer moeilijk.

De portemonnee leeg, het was mooi geweest. Als tegengif wilden we wel iets eten, gelukkig accepteren ze bij de Mac creditcards.

Om de familie gerust te stellen wilden we toch nog wat cultureels ondernemen. De kerken waren niet erg indrukwekkend en na wat rond rijden kwamen we langs het nationale Doedelzakcentrum. Wist u dat er door de oude Egyptenaren op een primitieve doedelzak gespeeld werd!

’s Middags reden we naar Prestwick waar gelukkig de kartonnen dozen nog lagen, die we ook voor de terugreis weer nodig hadden. De volgende dag een ontbijt waar we de hele dag op hadden kunnen fietsen, maar we gingen heerlijk lui in het vliegtuig zitten bij komen van twaalf dagen fietsen en elke nacht in een ander leeg bed. Op naar onze vriendinnen!

Verslag van een ontdekkingstocht (geschreven door Rob van der Velden)

We hadden nog nooit echt whisky gedronken. Dus moest het er dus maar een keer van komen. Leon Elshoff had ons een keer uitgenodigd om in de L&B whisky te komen proeven.  Er was namelijk nog een heleboel te ontdekken, zei hij.

Er was een avond georganiseerd door Chivas Regal. Er zouden enkele whisky’s besproken worden en natuurlijk geproefd. Eerst kregen we een inleiding op hoe whisky nou eigenlijk gemaakt wordt. Na het proeven van de verschillende whisky’s waren wij helemaal enthousiast. Diezelfde avond nog spraken we met elkaar af dat we naar Schotland zouden gaan, het land van de whisky. We waren er trouwens nog nooit geweest, dus waarom niet?

 

We zijn rond het Paasweekend gegaan. In vier dagen, vrijdag tot en met maandag, kun je een heleboel doen en zien in Schotland. Met een goedkope vlucht van EasyJet zit je in anderhalf uur in Edinburgh. Een mooie historische stad met veel Schotse schoonheid, en waar je ongelooflijk goed kunt stappen. De eerste avond nog maar even het Schotse bier, die whisky’s zouden we later wel proeven......


De volgende ochtend hebben we een auto gehuurd, en zijn we richting de Highlands gegaan. Overal in Schotland heb je whiskystokerijen, maar aan de andere kant van de Highlands ligt de Speyside, en daar heb je echt veel whiskystokerijen. Trouwens, de stokerij van Glenlivet (die whisky’s die we op die avond in de L&B geproefd hebben) ligt daar ook. En Glenlivet was toch wel ons doel.

In Schotland kun je overal goed terecht bij B&B’s (bed and breakfast). Alleen: in het Paasweekend is het toch wel een stuk moeilijker. Toch hebben we iedere avond (soms na een tijdje zoeken) goed kunnen overnachten. De tweede avond hadden we een B&B in Inverness. Dat ligt zo’n beetje tussen het meer van Loch Ness en de Speyside in. De derde dag zijn we dus even wezen kijken bij dat Loch Ness. Na vijf minuten bij dat grote lege meer leek het ons toch interessanter om whisky te gaan proeven. Op naar Glenlivet.

We werden daar hartelijk ontvangen, en kregen een enthousiaste rondleiding van Dennis, die daar al heel wat jaren werkt. Het is natuurlijk erg interessant om te zien hoe dat nou allemaal in z’n werk gaat. En aan het eind van de rondleiding mag natuurlijk de whisky zelf geproefd worden. Dat smaakt toch wel goed op de zondagochtend! Ondertussen ook een fles gekocht, voor later.

Later die dag zijn we nog in Fort William geweest, bij de hoogste berg van Schotland: Ben Nevis. ’s Avonds hebben we overnacht in de Grampian Mountains om vervolgens de volgende dag weer naar Edinburgh te gaan.

We hadden de stad nog niet echt goed bekeken. De laatste dag hadden we goed weer, en hebben we de hele dag door Edinburgh gelopen. Samen hebben we een goede whisky gedronken in onze B&B en ’s avonds hebben we een goede laatste stapavond gehad. De volgende ochtend zou ons vliegtuig weer vroeg naar Amsterdam vertrekken.

Je zou gerust kunnen zeggen dat we echte whiskyliefhebbers zijn geworden. We hebben nooit geweten dat er zoveel verschillende whisky’s zijn met evenveel verschillende smaken. En Schotland is natuurlijk de beste plek om in aanraking te komen met whisky. De eerstvolgende keer dat wij weer in de L&B waren, hebben we dus een goeie whisky gedronken en geproost op de mooie reis. Een aanrader voor iedereen!

 Ad, Albert en Rob

Programma (Pasen 2004)

Vrijdag:   
’s Middags het vliegtuig naar Edinburgh, ’s avonds stappen

Zaterdag: 
’s ochtends auto gehuurd, door het Lake District en de Highlands naar het noorden gereden. 
Onderweg regelmatig stoppen! Overnachting in Inverness

Zondag:
Eerst naar Loch Ness, daarna naar de Speyside (GlenLivet).  
’s Middags naar Fort William. Overnachting in de Grampian Mountains

Maandag:
Terug naar Edinburgh, de stad bezichtigd. ’s Avonds stappen

Dinsdag:
Vroeg weer het vliegtuig naar Amsterdam

Reisverslag Tobermory (Mull) september 2003

Na een rustige overtocht van Hoek van Holland naar Hull, met de Pride of Rotterdam, hadden wij zo’n acht uur nodig om met de auto, Oban te bereiken.

Doordat de ferry van Oban naar Craignure op Mull iets vertraging had konden wij de verlate ferry van 16.00 uur nog boeken i.p.v. de 18.00 uur ferry. Door dit voordeel was er voldoende daglicht om onze bestemming op Mull in Dervaig te bereiken. Deze tocht van ongeveer 30 miles duurde langer dan verwacht door de versmalde wegen, die ons halverwege verraste. Uiteindelijk bereikten wij onze bestemming en konden nog volop genieten van een september zomeravond en een koud pilsje in de lokale hotelbar, de enige overigens in de wijde omtrek.

Onze afspraak in de distilleerderij van Tobermory vond plaats op zo’n typische Schotse regenachtige dag. Overigens onze enige regendag gedurende twee weken!

We werden ontvangen door Mr. Alan McConnochie, de distillery manager. Alan is ooit begonnen in de drankenindustrie door gin te stoken in de buurt van Londen, vervolgens bij de Ben Nevis distilleerderij de technische installaties vernieuwd en bij Laphroaig op Islay het ‘whisky distillery managing’geleerd onder auspicién van Ian Hendersen, de huidige manager van Edradour distilleerderij (zie volgend verslag).

In eerste instantie hebben we een uitgebreide interessante videoband bekeken van de stokerij en zijn omgeving, waarna de rondleiding begon. 

Tobermory is in 1795 ! gebouwd door John Sinclair, een lokale handelaar. Pas enkele jaren hiervoor was de plaats Tobermory neergezet  door een initiatief van de ‘British Society for Promoting the Fisheries’. Daarvoor was er dus helemaal niets op Mull.

Begin jaren negentig van de twintigste eeuw is Tobermory Distillery overgenomen door Burn Stewart, een onafhankelijk bottelaar, die de laatste jaren enige stokerijen nieuw leven heeft ingeblazen. Tobermory maakt zelf geen malt meer, maar koopt de grist in, naar eigen recept, van een moutmakerij. Ondanks het feit dat de Tobermory single malt geen turfmout bevat, smaakt deze malt wel rokerig, veroorzaakt door het water dat vanuit een nabijgelegen loch over turfgronden naar de stokerij loopt.

Het mashproces had al plaatsgevonden tijdens ons bezoek, zodat wij getuige waren van het vervolg; het washproces. De vier washbacks waren al enige tijd  in beweging, zodat de sterkste koolzuurgasdampen al waren verdwenen, waardoor de wash heel zoetig rook. Opvallend bij de washbacks was het ontbreken van roerarmen, om overkoken te voorkomen, waarop ik aan Alan vroeg hoe zij dat probleem oplosten. Zijn antwoord was simpel: ‘the old fashioned way, using non-perfumed soap’.

Wat direkt in het stillhouse opvalt zijn de vier enorme grote stills (2x wash en 2x spirit) en de specifieke krommingen in de nekken van de stills (zie foto). Volgens Alan geven deze aparte nekken zijn speciale smaak aan de malt mee, zuiver en krachtig. Het rijpen van de gevulde vaten vindt niet meer plaats in de omgeving van de stokerij maar bij de zuster distilleerderij Deanston, in de Lowlands. De reden is dat de warehouses destijds zijn verkocht. Er zijn appartementen van gemaakt………

Restte ons nog een tasting van de diverse malts, die hier in Tobermory gemaakt worden. Behalve Tobermory 10 jaar oud wordt hier ook de Ledaig malt geproduceerd. Meestal ouder dan de Tobermory en een ander groot verschil is dat deze malt wel een met turf gerookte  mout bevat. Ledaig wordt ook vaak genoemd als de naam van de stokerij. Tot onze verrassing kwam er nog een derde malt op de bar; namelijk Iona malt, een vermenging van Tobermory en Ledaig. Dit is dus geen single malt, maar een vatted malt en je proeft een duidelijke mix tussen de twee singles. Iona malt is vernoemd naar het nabij gelegen eilandje Iona, dat beroemd is vanwege zijn abbey en wat een pelgrimsoord is geworden nadat hier rond 521 n.c. het christendom werd geïntroduceerd door St. Columba. Uiteraard hebben we Iona nog bezocht en een geweldige tocht over de atlantische ocean gemaakt naar het bassalt-eiland Staffa.

Na ons afscheid van Alan hebben wij nog gewandeld naar The Lighthouse en door het pittoreske Tobermory geslenterd. Na  een ‘fish and chips’ waren we reisklaar voor onze volgende bestemming; Central Scotland.

 


Tobermory en Ledaig zijn verkrijgbaar in Whiskycafé L&B. Iona malt is beperkt verkrijgbaar echter op termijn zal Whiskycafé L&B deze whisky gaan importeren.

Ga terug

Reisverslag Edradour september 2003

Na ons bezoek aan het eiland Mull, vervolgden wij onze whiskyreis naar centraal Schotland (Perthshire).

Omdat wij vooraf geen accommodatie hadden geboekt, heb ik tijdens de ruim drie en een half uur durende autorit diverse pogingen ondernomen een cottage te vinden. Uiteindelijk resulteerde dit in een prachtig gesitueerde cottage boven op een heuvel in de buurt van Blair Atholl, uitkijkend over de valleien van o.a. Blair Castle. Het dorp Blair Atholl is een zeer klein gehucht waar weinig activiteiten plaatsvinden. Het is echter een uitstekende plek om van daaruit diverse wandelingen of fietstochten te ondernemen. Bovendien is Blair Atholl slechts 6 miles verwijderd van het bruisende Pittlochrie, dat een van de bekendste toeristische trekpleisters van Schotland is en is voorzien van twee distilleerderijen, Blair Athol (let op 1 x l) en Edradour.

Ons bezoek aan de kleinste stokerij van Schotland vond plaats op een prachtige zomerse september ochtend, na eerst koffie te hebben gedronken in het nabij gelegen dorp Moulin.

Bij Edradour werden we ontvangen door Ian Hendersen, de distillery mangager. Ian is al zo’n veertig jaar actief in de whisky branche en was voor zijn pensionering….. verantwoordelijk voor de resultaten van de Laphroaig whiskies. Omdat hij niet wilde stoppen met werken, kreeg hij deze baan bij Edradour aangeboden door Andrew Symington, de nieuwe eigenaar van Edradour die in whiskykringen zeer bekend is door zijn onafhankelijke bottelingen van het Signatory label.

Dat Edradour de kleinste stokerij is van Schotland kun je zien door de afmetingen van de stokerij, maar ook door de apparatuur die men hier gebruikt voor het distilleren van de single malt whisky.

De mout wordt tegenwoordig gemaakt in een mouterij, waarbij gebruik wordt gemaakt van barley (gerst) uit de omgeving en water dat enigszins rokerig is doordat het over turfgronden en granieten rotsen loopt in de buurt van Edradour.

Er zijn twee opvallende aspecten in de stokerij die afwijkend zijn van de meeste andere distilleerderijen nl. de koeling van de mash uit de mashtun en de condensatie van zowel de wash als de spirit, stromend uit de stills.

Over aspect 1. De toegeleverde grist wordt in de mashtun gekookt, vervolgens wordt de hete mash door een pijpensysteem dat in een gekoelde bak water ligt, geleid. De mash loopt vervolgens naar de washtuns. Deze open bak is iets wat je zelden ziet in stokerijen. Uiteraard smaakt deze mash behoorlijk zoet. Nadat de mash in de washstill wordt verwarmd en gefermenteerd, zorgt het bijzondere koelingsysteem voor de condensatie. Deze condensatie vindt plaats buiten de stokerij (aspect 2). De dampen uit de washstill worden buiten de stokerij geleid en via pijpen door een door de natuur gekoelde waterton gestuurd. Hierna loopt de vloeistof terug naar de stokerij. Dit gebeurt ook bij de tweede distillatie uit de spiritstill. Uiteindelijk vloeien de tot vloeistof gecondenseerde dampen via de spirit safe naar de spirit receiver en wordt de spirit verdeeld over de diverse eikenhouten vaten die gedurende minimaal 10 jaren worden opgeslagen in de nabij gelegen warehouses.

Momenteel creëert Edradour een nieuwe malt whisky namelijk de Ballechin. Deze whisky, afkomstig uit een ver verleden van een nabij gelegen gesloten stokerij, wordt volgens oud receptuur nieuw leven ingeblazen. Wij vermoeden dat deze nieuwe single malt binnen niet al te lange tijd op de markt kan worden gezet (we houden u op de hoogte).

In tegenstelling tot de meeste andere distilleerderijen gebruikt Edradour slechts 4% van de  single malt voor haar enige blending namelijk de ‘House of lords’ (de meeste stokerijen maken malt die voor 95% gebruikt wordt voor blending), exclusief gebotteld voor leden van het parlement in Londen.

Tot slot hebben wij genoten van de whisky-uitstalling op het kantoor met uitzicht op de stokerij. Opvallend was overigens de Edradour liqueur, die niets met malt whisky te maken heeft, maar wat in mijn beleving een onovertroffen geweldige likeur is. Binnenkort ook in whiskycafé L&B verkrijgbaar.

De gehele rondleiding heeft zo’n 2,5 uur geduurd, wat zeer opvallend is voor zo’n kleine stokerij. Dit alles heeft te maken met de zeer enthousiaste distillery manager, die werkt voor zijn hobby en een fantastisch gevoel heeft voor whisky maken. Ik ben heel blij dat dergelijke mensen nog steeds met een inzet van 100% of meer met het whiskyvak bezig zijn. 

De omgeving van Edradour is prachtig. De moeite van een wandeling waard.

Volgende reis: Is nog niet helemaal bekend, maar we denken aan de noord west kant en Orkneys.  

We houden jullie op de hoogte.   

Ga terug

Reisverslag Springbank/Cadenhead's 2002

We hadden een echte Schotse dag  uitgekozen om een dagje over te varen van Arran naar Kintyre om Springbank te bezoeken. Mist, regen en harde wind. De heenreis van een half uur over de Sound of Bute met de Caledonian Mac Brayne was nog te doen. Op de terugreis kom ik later terug. De route van Claonaig in het noorden van Kintyre naar Campbeltown in het zuiden was prachtig ondanks het weer. We hadden voor de  kust en de bergen van Arran eens van die kant konden bekijken. Het was zeer de moeite waard. Uiteraard regende het nog steeds toen we Campbeltown inreden. Campbeltown ligt in de warme golfstroom en het klimaat is erg zacht het gehele jaar door. Zoals we later vernamen, hadden we de slechtste dag van het jaar uitgekozen. 

De palmbomen aan de boulevard wuifden ons tegemoet. Onze eerste indruk van Campbeltown was eigenlijk wel goed, ondanks de negatieve berichtgeving uit de tourist guides en van June, de eigenaresse van de Cottage op Arran. Campbeltown, de hoofdplaats van Kintyre, is een levendige havenstadje met ongeveer 6500 inwoners. We togen naar het Palmbeach bistro café waar David Stirk, salesmanager van Cadenhead’s / Springbank, ons opwachtte. 

De Springbank Distillery en Scotia zijn de enige nog overgebleven distilleerderijen in Campbletown. Door de jaren heen zijn hier meer dan 30 distilleerderijen actief geweest. In 1828 is de Distillery van Springbank opgericht door de overgrootvader van de huidige eigenaar J & A Mitchell. Naast Springbank worden bovendien Longrow en Hazelburn gemaakt in de distilleerderij. De Springbank distillery is een van de weinig overgebleven familiebedrijven in Schotland. En wat de distilleerderij zo bijzonder maakt is dat het gehele proces van malten tot bottelen door Springbank Distillery zelf wordt uitgevoerd. Het is de meest authentieke distilleerderij van Schotland. 

We werden rondgeleid door de Frank S. McHardy, de distillery manager. Een zeer aimabele man met meer dan 40 jaar ervaring in het whiskyvak. De distillery ligt in de stad zelf. Achter de vaten die op het terrein liggen, zie je de huizen van een straat verder op. 

 

Toen we binnenliepen, via de bins en de kiln, naar de moutvloeren kregen we meteen een warm gevoel. Dit is pas een leuke distilleerderij. Het gebouw en de inrichting dateren nog uit de 19e eeuw. De indruk is grondstoffelijk. Een bedrijf dat in gebruik is alleen ten behoeve van het maken van whisky. Er is een geen visitors centre. Ze houden zich alleen bezig met whisky. Voor de liefhebber is dit geweldig om te zien. De maltvloeren op de tweede en eerste verdieping waren momenteel schoon. Over het algemeen wordt hier een keer per jaar gemalt. 

 Hierna kwamen we bij de kiln. Zelfs deze hebben we van binnen gezien. Heerlijk om de peat en de barley te ruiken. De mashtun is een grote rode ton waar je met een trapje op moet klimmen om de inhoud te kunnen zien. Er wordt, zoals de meeste distilleerderijen doen, 3 keer gemasht. Een keer met water op een temperatuur van 60 ºC , een keer met water op een temperatuur van 85 ºC en nog een keer met water op een temperatuur van 95 ºC. De vloeistof wordt opgevangen in de underback. In de ruimte achter de Still House staan de fermenting backs. De ene was bijna klaar met fermentatie, de andere was nog heftig bezig. 

 In de Still House stonden drie ketels, een wash still en twee spirit stills. De wash still werd verwarmd met, naast de verwarmingselementen in de still zelf, een onderverwarming. 

Dit wordt al sinds de oprichting van de distillery gedaan. Frank verzekerde ons dat zij dit ook blijven doen. Je weet maar nooit waardoor een Springbank een Springbank wordt. Overigens wordt het gehele proces van whisky maken nog uitgevoerd zoals men dat in vroeger tijden deed. Zelfs is Springbank er weer toe over gegaan om de gerst uit de nabije omgeving te halen. 

Uiteraard hebben we nog een 15 jaar oude Springbank geproefd. Al met al was het een zeer geslaagde dag. 

Het regende nog steeds toen we de terugreis aanvaardden. Het was volgens David Stirk 20 minuten rijden naar de ferry in Claonaig. Het leek ons echter verstandiger hier toch maar een uurtje voor uit te trekken en dat was maar goed ook. De laatste ferry van 17.50 uur moesten we halen en dat was scheuren geblazen over de inmiddels blank staande A83. We waren nog net op tijd om de ferry deinend over de golven aan te zien komen. De wind was aanlandig dus de zee beukte op de wal en dus ook op de aanlegsteiger. Deze ferry wordt nooit vast gezet. De laadklep moet precies op de juiste plek op de steiger vallen wat met deze wind geen sinecure was. De strategie was om zo snel mogelijk uit- en in te laden. We moesten echter even wachten op een passerende golf die over de laadklep heen sloeg. De auto was voor het eerst met de zee in aanraking gekomen. We waren blij toen we de haven van Lochranza hadden bereikt en we zijn heerlijk bij de open haard neergestreken in de hotelbar even verderop. 
Ga terug

Reisverslag Arran Distillery 2002

De pagodes van de distilleerderij van Arran doemen op achter de heuvels van Torr Nead an Eoin, nabij de baai van Lochranza. Nabij de distilleerderij komen de watervallen, die vanaf Loch na Davie naar beneden stromen, samen om vervolgens in de Zee uit te monden, althans een gedeelte daarvan. De rest wordt opgevangen en komt in de mashtun van de distilleerderij terecht. Het water op en om Arran is van een prachtige helderheid. Zelfs het zeewater lijk je te kunnen drinken. De groene weiden en de bergen erachter, het uitzicht op de zee. Uit deze prachtige omgeving moet toch een mooie whisky komen. Waarschijnlijk dacht de heer Harold Curry hetzelfde. De Arran distilleerderij is in 1995 geopend en is ook de enige op Arran. Er stonden uiteraard in vroeger tijden meerdere distilleerderijen op het eiland. De laatste is 150 jaar geleden opgehouden te bestaan.

We werden ontvangen door de distillery manager Gordon Mitchell in het door Queen Elisabeth in 1997 geopende visitors centre. Uit de verhalen hebben we echter begrepen dat het visitors centre eerder klaar en geopend was dan de distilleerderij zelf. De toeristen konden op deze manier alvast een blik werpen op de nog te realiseren distillery. In het visitors centre wordt het ook meteen duidelijk dat er veel aandacht is besteed aan het toeristische karakter van deze distilleerderij. Een klaterend beekje, een gerstweide, een bruggetje over het beekje en vaten whisky fleuren het visitors centre op.

Omdat Gordon het nogal druk had om de customs (accijnzen) te ondersteunen bij het onderzoeken van de boeken, had hij alleen tijd om ons de warehouse te laten zien. Mocht je zelf ooit de distillery bezoeken: de warehouses behoren niet tot de toeristische rondleiding. Gordon vertelt ons over de oprichting van de distilleerderij. De oprichter van de Arran Distillery heeft, om de bouw van de distillery te realiseren, vooraf aan geïnteresseerden whiskyvaten verkocht. Uiteraard was er nog geen druppel whisky aanwezig destijds. Van o.a. dit geld heeft hij de distilleerderij kunnen oprichten. De warehouse zelf ziet er, net als het visitors centre en de distillery, gelikt uit. De vaten staan keurig opgestapeld op jaar en nummer. De eerste vaten, met de nummers 1, 2, etc. zijn uiteraard uit 1995. Deze worden gekoesterd en misschien op een later tijdstip gebotteld als special. Er zijn verschillende celebrities die een eigen vat hebben gekocht of gekregen.

 Het hoogtepunt waren wel de vaten van Prince Harry en Prince Wiliam. Zij hebben beiden een vat kado gekregen van de Arran Distillery. 

Na de bezichtiging van warehouse kregen we nog een toeristische rondleiding. We starten met een video in een erg knus opgezette ruimte met open haard en kaarslicht, niet van echt te onderscheiden. Het mashen, washen en distilleren gebeurt in één ruimte. De grist wordt op specificatie van de distilleerderij vervaardigd in een mouterij in het Noord – Oosten van Schotland. Ook deze ruimte zag er weer keurig en schoon uit mede doordat de produktie reeds beëindigd was. In tegenstelling tot de meeste andere distilleerderijen in Schotland produceert de Arran distillery in de zomer in plaats van in de winter omdat ze de toeristen het distilleerproces willen laten zien. ’s Winters zijn er bijna geen toeristen dus….. Arran is overigens de een na kleinste distilleerderij van Schotland. Al met al was het erg leuk om de Arran Distillery te bezoeken. 

Door Gordon werden we nog getrakteerd op koffie met scone. Na deze tour hebben we nog een mooie wandeling gemaakt langs de kust bij Lochranza. 

Momenteel is de 6 jaar oude malt van Arran op de markt. De eerste malt van Arran die uitkwam was 4 jaar oud. Na de zomer komt de 8 jaar oude Arran uit. De Arran Distillery produceert tevens een blend whisky nl. de Lochranza. In whiskycafé L&B is verkrijgbaar de 8 jaar oude Arran en de Lochranza.

Ga terug